On the EDGE of life

Deze zomer was anders dan alle andere.

Mijn moeder kreeg een septische shock door een stafylokokkenbacterie. Mijn zwager bleek in dezelfde week acute leukemie te hebben. In korte tijd stond ons leven in het teken van iets wat groter was dan werk, plannen en vakantie.

We verplaatsten onze vakantie van de Pyreneeën naar de heuvels van de Ardennen. Dichter bij huis. Dicht bij onze familie.

Opvallend genoeg voelde ik in die eerste weken niet zoveel. Ik was vooral bezig met één vraag:

Hoe zorg ik dat ik ben waar ik moet zijn?

Bij mijn moeder. Bij mijn zwager. Bij mijn gezin.

Niet bij alles wat ook nog moest.

Ik ervaarde dat als alles stilvalt, keuzes snel gemaakt zijn.

Aan het einde van de zomer trok ik 24 uur de natuur in om onder de sterren te slapen. Even terug naar mijzelf, het geheel overzien, voordat het werk weer begint.

Mijn moeder en mijn zwager waren door het oog van de naald gegaan. En juist in die periode van onzekerheid waren er ook ontmoetingen die ik nooit meer zal vergeten. Ik stond dichter bij hen dan ooit tevoren.

Ik had deze zomer niet de grote reizen nodig om iets wezenlijks te doorleven.

Spanning spreekt

Op de rand van het leven valt veel stil. Toen ik dacht dat ik mijn moeder ging verliezen, wist ik: al het andere kan wachten.

De dood heeft iets verdrietigs en iets onvermijdelijks. Maar ze hielp ook om te zien wat er werkelijk toe doet.

Die vraag van wat er werkelijk toe doet, dat is ook mijn werk. Hoe help ik teams in organisaties doorzien waar vraagstukken werkelijk over gaan?

In organisaties speelt overlijden ook een rol. Onlangs overleed een bestuurder met wie ik 1,5 jaar had gewerkt. Soms is het een project dat stopt, of iemand die ontslag neemt.

In Deep Democracy noemen we dat fractale patronen: het is niet precies hetzelfde, maar het lijkt op elkaar. Dood, stoppen of ontslag levert vaak spanning op.

Die spanning heeft Myrna Lewis vertaald in ‘De sabotagelijn’. Een krachtige diagnosetool om het gevoel van spanning te leren zien. Ze begint bij een grapje en eindigt met oorlog of vertrek – je kan dit ook lezen als sterven, stoppen, eindigen, uit elkaar gaan. Allemaal andere woorden voor eenzelfde beweging.

 

 

Een grapje is een signaal

Vorige week begeleidde ik een managementteam.

Het gesprek ging over een groot lustrum. Moest het een kleine, intieme viering worden voor medewerkers? Of juist een groot evenement voor het hele netwerk?

Op een gegeven moment maakte ik een grapje over het uitnodigen van alle ‘bobo’s’. Ik flapte het eruit. Iedereen lachte, maar voor mij was het geen gewoon grapje. Ik hoorde een verschil.

Ik benoemde dat het grapje voor mij een signaal was dat wij bij dit vraagstuk even stil moesten staan. Ze waren het met mij eens.

Ik vroeg de teamleden om letterlijk te onderzoeken waar zij stonden. Aan de ene kant: klein, intiem, aandacht voor medewerkers, passend bij wie we zijn. Aan de andere kant: groot, zichtbaar, netwerk erbij, bestuurders en andere belangrijke relaties.

Sommige mensen konden zich nauwelijks verplaatsen naar de ene kant, andere bleven bijna niet staan aan de andere kant. Ik voelde en zag hun ongemak.

Ik beloofde ze dat wij naar de oplossing zouden toewerken, onze oplossing. Want dit is een universele vraag, maar waar staan wij? Dat is de vraag. Door de verschillende zienswijzen werkelijk te onderzoeken ontstaat ruimte om ze te doorgronden.

Mensen die eerder niet begrepen waarom collega’s zoveel tijd buiten de organisatie doorbrachten, begonnen de waarde van externe relaties te zien.

En mensen die steeds op de rem trapten, werden beter begrepen: er was onvoldoende capaciteit om alles tegelijk te doen. Er was een plan nodig. Duidelijke stappen. Een tempo dat mensen konden dragen.

Het verschil bleek geen probleem dat opgelost moest worden, maar aangekeken. Wij haalden alle informatie naar boven die wij nodig hadden om de juiste beslissing te nemen. En wat er ontstond was meer dan alleen een beslissing, het was het gevoel van samen.

Je kunt wachten tot er gedoe ontstaat. Tot mensen afhaken, het ziekteverzuim oploopt, goede mensen vertrekken of een project vastloopt. Maar vaak begint afscheiding al veel eerder.

In een zucht.

Een stilte.

Een ongemakkelijke beweging.

Een grapje.

Een stem die zegt: ‘Ja, maar…’

De kunst is om het signaal op te merken voordat het een probleem wordt. Deep Democracy heeft deze signalen ‘Visjes’ genoemd en onuitgesproken vissen worden ‘Haaien’. ‘Woh, eng, spanning, gedoe, help, ik ga dood…’ Maar meestal ga je niet dood, zo voelt het alleen maar. Je zenuwstelsel gaat vechten, vluchten, bevriezen. Maar zodra je dit doorziet, weet je ook dat je die spanning niet hoeft weg te nemen. Het is informatie.

Informatie over spanning die gezien wil worden. Een zorg. Een grens. Een verlangen. Een ander perspectief. Soms een waarheid die nog niet hardop gezegd werd.

De overeenkomst tussen wat ik deze zomer meemaakte en wat ik dagelijks in organisaties zie is:

Als het echt ergens over gaat, valt de ruis weg. Dan wordt zichtbaar wat ons te doen staat.

We zijn vaak bang voor spanning. Voor verlies. Voor het einde. Voor wat er gebeurt als iets niet meer hetzelfde kan blijven.

Maar één ding weten we zeker: Dit leven eindigt.

Wat daarna komt, is een mysterie, noem het ‘niet weten’.

Stel je voor dat je als leider minder bang bent voor het niet weten. Dat je de signalen van spanning snel herkent en steeds het goede gesprek daarmee de ruimte kan geven. Wat gebeurd er dan?

Dat is precies wat je leert in mijn Deep Democracy trainingen leert.

Niet alleen de zichtbare standpunten horen, maar ook leren herkennen wat er onder de oppervlakte speelt. Verschil onderzoeken voordat het gedoe wordt. Spanning benutten als informatie. En besluiten nemen waarin niet iedereen hetzelfde hoeft te vinden, maar waarin de wijsheid van de groep wél wordt meegenomen.

Deep Democracy trainingen aanbod 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email
Print