Psychologische veiligheid in teams: wat het is en hoe je eraan bouwt

Het is dinsdagochtend, teamoverleg. De leidinggevende legt een nieuw plan uit en vraagt of iedereen erachter staat. Er wordt geknikt. Niemand zegt iets. Een uur later, bij het koffieapparaat, gaat het gesprek pas echt los: dit gaat nooit werken, dit hebben we twee jaar geleden ook geprobeerd, waarom vraagt niemand ons wat?

Dat verschil tussen wat er in de vergadering gezegd wordt en wat er bij de koffie gezegd wordt, is misschien wel de eerlijkste graadmeter voor psychologische veiligheid die ik ken. Hoe groter dat verschil, hoe minder veilig mensen zich voelen om uit te spreken wat ze werkelijk denken.

Wat is dat dan precies, en hoe bouw je eraan? Het begint met snappen wat het is, en vooral wat het niet is.

Wat is psychologische veiligheid?

De term komt van Amy Edmondson, hoogleraar aan Harvard Business School. Zij omschreef psychologische veiligheid in 1999 als het gedeelde vertrouwen binnen een team dat je interpersoonlijke risico’s kunt nemen. Met andere woorden: dat je iets kunt zeggen of doen wat kwetsbaar is, zonder dat het je wordt aangerekend.

Die risico’s zijn kleiner en alledaagser dan je misschien denkt:

  • een vraag stellen terwijl iedereen lijkt te begrijpen waar het over gaat
  • toegeven dat je een fout hebt gemaakt of iets niet weet
  • een half uitgewerkt idee op tafel leggen
  • zeggen dat je het niet eens bent met het plan van je leidinggevende
  • benoemen dat er iets schuurt in de samenwerking

In een psychologisch veilig team gebeuren die dingen vanzelf. In een team waar het ontbreekt, maakt iedereen een snelle, vaak onbewuste afweging: wat levert het me op als ik dit zeg, en wat kost het me? Zolang het antwoord “het kost me meer” is, zwijgen mensen. Niet omdat ze niets te zeggen hebben, maar omdat zwijgen veiliger voelt.

Wat psychologische veiligheid níet is

Rond dit begrip bestaan hardnekkige misverstanden. Het vaakst hoor ik dat een veilig team een team is waar iedereen aardig tegen elkaar is. Dat klopt niet.

Psychologische veiligheid betekent niet dat er geen conflict is, dat de lat lager ligt of dat iedereen het eens moet zijn. Eerder het omgekeerde. In een veilig team wordt juist méér gebotst over de inhoud, omdat mensen durven te zeggen dat ze iets anders zien. Het verschil zit in wat er daarna gebeurt: de ander wordt er niet op afgerekend, en de relatie blijft heel.

Edmondson maakt dit zichtbaar met een eenvoudig schema. Ze zet psychologische veiligheid af tegen de mate waarin er iets van mensen gevraagd wordt:

Weinig verwacht Veel verwacht
Veel veiligheid Comfortzone: prettig, maar er gebeurt weinig Leerzone: mensen durven en worden uitgedaagd
Weinig veiligheid Apathie: niemand steekt nog energie in het werk Angstzone: hoge druk, fouten worden verborgen

Een team dat alleen aan de veiligheid werkt, belandt in de comfortzone. Een team dat alleen de lat hoger legt, belandt in de angstzone. De leerzone ontstaat pas als die twee samengaan.

Waarom psychologische veiligheid zo belangrijk is

Het bekendste onderzoek komt van Google. In Project Aristotle onderzocht het bedrijf welke factoren zijn best presterende teams onderscheidden van de rest. Het was niet de samenstelling, niet het opleidingsniveau en niet de ervaring. Psychologische veiligheid bleek veruit de belangrijkste factor.

Edmondson zelf kwam er eigenlijk bij toeval op. Ze onderzocht teams in ziekenhuizen en verwachtte dat de best geleide teams de minste fouten zouden maken. Ze vond het tegenovergestelde: die teams rapporteerden méér fouten. Niet omdat ze slechter werkten, maar omdat het er veilig genoeg was om fouten te melden. In de andere teams gebeurden ze net zo goed, alleen hoorde niemand ervan.

Dat is waar het uiteindelijk om draait. Wat niet gezegd wordt, kan niet worden opgelost. Een fout die verborgen blijft, wordt herhaald. Een zorg die niet wordt uitgesproken, wordt later een probleem. En een goed idee dat niemand durft te delen, is gewoon verloren.

De vier fasen van psychologische veiligheid

Timothy Clark bouwde voort op het werk van Edmondson en onderscheidt vier fasen. Ik vind ze bruikbaar, omdat ze laten zien dat veiligheid geen aan-uitknop is maar iets wat stap voor stap groeit.

  1. Erbij horen. Je voelt je geaccepteerd als persoon, los van wat je presteert.
  2. Leren. Je durft vragen te stellen, te experimenteren en fouten te maken.
  3. Bijdragen. Je durft je eigen ideeën en kennis in te brengen.
  4. Uitdagen. Je durft de gang van zaken ter discussie te stellen, ook als dat ongemakkelijk is.

Die laatste fase is de lastigste, en ook de waardevolste. Veel teams komen tot fase twee of drie. Mensen voelen zich welkom en brengen hun ideeën in, zolang die niet te veel afwijken. Maar zodra iemand zegt “ik denk dat we hier de verkeerde kant op gaan”, valt het stil.

Hoe herken je dat psychologische veiligheid ontbreekt?

Het ontbreken ervan is zelden zichtbaar in één groot incident. Het zit in kleine, steeds terugkerende patronen. Dit zijn de signalen die ik het vaakst tegenkom:

  • In vergaderingen worden weinig vragen gesteld, maar na afloop wordt er volop gepraat.
  • Steeds dezelfde twee of drie mensen voeren het woord.
  • Fouten komen pas boven tafel als ze niet meer te verbergen zijn.
  • Besluiten worden in de vergadering aangenomen en daarna stilletjes niet uitgevoerd.
  • Nieuwe collega’s stellen in hun eerste weken kritische vragen en houden daar na een paar maanden mee op.
  • Er wordt veel gegrapt over “hoe het hier nu eenmaal gaat”.

Herken je er meerdere, dan speelt er waarschijnlijk meer onder de oppervlakte dan erboven.

Wat er gebeurt met wat niet gezegd mag worden

Weerstand die niet gezegd mag worden, verdwijnt niet. Dat is een van de belangrijkste lessen uit mijn werk met Deep Democracy. Het zakt weg onder de oppervlakte en komt er op een andere manier weer uit.

Eerst subtiel: via grapjes en sarcasme. Dan via roddel en lobbyen in de wandelgangen. Later via vertragen, tegenwerken of slechte communicatie. En uiteindelijk, als er nog steeds geen ruimte komt, via staken of vertrekken. In de Deep Democracy-methode heet dit de sabotagelijn.

Ik gebruik die lijn vaak als spiegel in teams. De vraag “waar zitten wij op deze lijn?” opent vaak meer dan een uur praten over samenwerking. Mensen herkennen het meteen, en het mooie is dat je het niet persoonlijk hoeft te maken. Het gaat niet over wie er sarcastisch is, maar over wat dat sarcasme ons vertelt.

Hoe meet je psychologische veiligheid?

Edmondson ontwikkelde een korte vragenlijst van zeven stellingen, die nog steeds veel wordt gebruikt. Teamleden geven aan in hoeverre ze het ermee eens zijn. Een paar voorbeelden, vrij vertaald:

  • Als je in dit team een fout maakt, wordt die je vaak aangerekend.
  • In dit team kun je lastige kwesties en problemen bespreekbaar maken.
  • Het is in dit team veilig om een risico te nemen.
  • Het is moeilijk om teamleden om hulp te vragen.
  • Mijn unieke kwaliteiten worden in dit team gewaardeerd en benut.

Twee kanttekeningen. Een vragenlijst in een onveilig team moet echt anoniem zijn, anders meet je vooral hoe goed mensen zich kunnen aanpassen. En de uitkomst is een begin, geen conclusie. Het gesprek over de scores levert meestal meer op dan de scores zelf.

Wil je het zonder vragenlijst proberen, let dan op het verschil tussen de vergadering en de koffieautomaat. Of stel het team eens de vraag: “Wat zeggen we hier eigenlijk nooit hardop?” Aan de stilte die volgt, weet je genoeg.

Hoe vergroot je psychologische veiligheid?

Als leidinggevende

Als leidinggevende heb je een onevenredig grote invloed. Wat jij doet als iemand iets ongemakkelijks zegt, bepaalt of diegene het een volgende keer weer doet. Een paar dingen maken echt verschil:

  • Maak zelf als eerste een fout of twijfel zichtbaar. “Ik weet het eerlijk gezegd niet zeker” of “hier heb ik me in vergist” geeft de rest toestemming om hetzelfde te doen.
  • Vraag actief naar de andere kant. Niet “is iedereen het eens?”, want daar zegt vrijwel niemand nee op. Wel: “Wie ziet het anders?” of “Wat zou ervoor zorgen dat dit misgaat?”
  • Reageer op slecht nieuws met nieuwsgierigheid. De eerste reactie op een gemelde fout bepaalt of er een tweede melding komt. “Goed dat je het zegt, wat is er gebeurd?” doet iets heel anders dan een zucht.
  • Los niet meteen op wat iemand inbrengt. Vraag eerst door. Dan voelt iemand zich gehoord in plaats van gecorrigeerd.

Als team

Psychologische veiligheid is niet alleen de verantwoordelijkheid van de leidinggevende. Een team kan er ook zelf aan bouwen.

Begin overleggen met een korte check-in, waarin iedereen zegt waarmee hij of zij binnenkomt. Het kost vijf minuten en het haalt veel ruis weg. Maak afspraken over hoe jullie met verschil van mening omgaan, en kom daar na een paar weken op terug. En spreek elkaar aan op het patroon, niet op de persoon: “Het valt me op dat we dit onderwerp steeds uitstellen” landt anders dan “jij wilt er nooit over praten”.

Wat Deep Democracy toevoegt

Sinds 2013 werk ik met Deep Democracy, en het heeft mijn kijk op veiligheid in teams veranderd. De methode gaat ervan uit dat de minderheid informatie heeft die de meerderheid mist. De tegenstem is geen storing, maar een bron.

Dat verandert iets fundamenteels. Het vraagt niet langer moed om het ergens niet mee eens te zijn, omdat de werkvorm er actief om vraagt. Werkvormen als de check-in, het Gesprek op voeten en de vier stappen van besluitvorming maken het normaal om verschil op tafel te leggen. Veiligheid wordt dan niet alleen iets wat je voelt, maar iets wat je samen oefent.

Veelgestelde vragen over psychologische veiligheid

Is psychologische veiligheid hetzelfde als sociale veiligheid?

Nee, al hangen ze samen. Sociale veiligheid gaat over het afwezig zijn van ongewenst gedrag, zoals intimidatie, pesten of discriminatie. Psychologische veiligheid gaat over het durven nemen van interpersoonlijke risico’s: een vraag stellen, een fout toegeven, tegenspreken. Een team kan sociaal veilig zijn en toch weinig psychologische veiligheid kennen.

Kun je psychologische veiligheid afdwingen?

Nee. Je kunt niet zeggen “vanaf nu is het hier veilig” en verwachten dat mensen zich zo gaan voelen. Veiligheid groeit door herhaalde ervaringen: iemand zegt iets kwetsbaars en merkt dat het goed wordt ontvangen. Dat vraagt tijd en consequent gedrag.

Hoe lang duurt het om psychologische veiligheid op te bouwen?

Dat hangt sterk af van de geschiedenis van het team. Veiligheid is sneller kwijt dan opgebouwd. Eén keer iemand afbranden in een vergadering kan maanden aan vertrouwen tenietdoen. Reken op maanden in plaats van weken, maar de eerste verschuiving merk je vaak al snel.

Wat als de leidinggevende zelf onderdeel van het probleem is?

Dat komt vaker voor dan je denkt, en meestal onbewust. Het is voor een leidinggevende lastig om een patroon te doorbreken waar hij zelf middenin zit. Dan helpt het om iemand van buiten het gesprek te laten begeleiden, en om als leidinggevende apart naar je eigen rol te kijken.

Betekent psychologische veiligheid dat alles gezegd mag worden?

Het betekent dat alles bespreekbaar mag zijn, niet dat alles op elke manier gezegd mag worden. Kritiek op de inhoud past in een veilig team. Iemand persoonlijk kleineren niet. Juist in een veilig team kun je elkaar daarop aanspreken.

Verder komen met jullie team

Psychologische veiligheid lees je niet in één artikel eigen. Het ontstaat in wat je elke dag met elkaar doet, in de kleine momenten waarop iemand iets ongemakkelijks zegt en merkt dat dat mag.

Herken je de signalen in jouw team en merk je dat het jullie niet lukt om het patroon zelf te doorbreken? Dan kan teamcoaching helpen om het gesprek op gang te krijgen. Wil je als leidinggevende vooral naar je eigen rol kijken, dan past leiderschapsontwikkeling beter. En wil je het samen met je team verkennen, plan dan een kennismaking. Dan kijken we samen wat er bij jullie speelt.

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email
Print